+  Mamjo Forum
|-+  Sex» Sex tori's» Hiv op je 22ste (Deel 1)
Username:
Password:
Advanced Search
Pages: [1]   Go Down
  Reply  |  Print  
Author Topic: Hiv op je 22ste (Deel 1)  (Read 992 times)
GGD
Guest
« on: 16-02-2010, 19:44:35 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

Wouter* bezoekt geen sauna’s, heeft geen seks in parken of op seksfeesten en is geen ‘barebacker’. Toch kreeg hij op 22-jarige leeftijd te horen dat hij seropositief is.

Wouter: ‘Hiv was altijd een bron van zorg voor me. Ik vond het belangrijk om te voorkomen dat ik seropositief zou worden. In mijn directe omgeving waren er geen mensen met hiv, maar ik kende uit het uitgaansleven wel een seropositieve jongen die iets ouder was dan ik. Ik voelde me nooit echt helemaal op mijn gemak bij hem. Ik kom oorspronkelijk niet uit Amsterdam, en toen ik uit de kast kwam heeft mijn tante me streng toegesproken. Ze drukte me op het hart dat ik altijd veilig moest vrijen, en erg op moest passen voor soa’s. Ze legde me uit wat het hiv-virus was, wat t-cellen deden, al dat soort dingen. Toen ik naar Amsterdam verhuisde, is die informatie wel een beetje naar m’n achterhoofd verdwenen.
 
Ik ben wel altijd paranoïde gebleven op het gebied van seks. Ik heb me via internet flink ingelezen over welke handelingen ‘veilig’ en ‘onveilig’ waren. Die voorlichting kregen we niet echt op school, en zéker niet over homoseks. Ik had altijd veilige seks. Althans, 100% veilige seks bestaat natuurlijk niet, maar ik had bijvoorbeeld alleen anale seks met condoom. Pijpen deed ik wel zonder condoom, maar ik liet nooit iemand in mijn mond klaarkomen. Ik rim niet. Het is ook weer niet zo dat ik alleen seks had binnen relaties, ik had wel gewoon one night stands. Bij ieder seksueel contact heb ik dezelfde spelregels gehanteerd; zo veilig mogelijke seks. Dat is twee keer niet goed gegaan, waarvan één keer binnen een relatie. Beide keren waren overigens lang voordat ik seropositief bleek te zijn.
 
Ik liet mezelf regelmatig testen bij de GGD. Dat is ook redelijk normaal in mijn vriendenkring. Er zijn onderzoeken waarin wordt gezegd dat één op de vijf homo’s in het Amsterdamse uitgaansleven seropositief zou zijn. Die informatie doet wel iets met je. Steeds als ik me liet testen was ik weer doodsbang dat ik te horen zou krijgen dat ik seropositief was, terwijl ik cognitief gezien wist dat die kans irreëel was. Er worden van die standaard vragen gesteld; heb je seks voor geld, heb je seks met mannen, heb je onveilige seks. Op basis van mijn antwoorden kreeg ik van de verpleegkundigen keer op keer te horen dat ik in principe nergens bang voor hoefde te zijn. Dus ik werd gerustgesteld en had steeds een negatieve uitslag, en dan was ik iedere keer weer opgelucht dat er niets aan de hand was.’
 
Slecht nieuws
‘Eind 2007 had ik een one night stand gehad, en een week later had ik ergens last van. Op basis van de symptomen kon ik zelf vrij makkelijk de diagnose stellen dat het gonorroe moest zijn. Dus besloot ik om naar de GGD te gaan voor medicijnen, en om mezelf meteen te laten testen. Verder ben ik die keer eigenlijk met een vrij gerust hart naar de GGD gegaan. Ik heb toch een volledige test laten doen, dus ook een sneltest voor hiv. Bij zo’n hiv sneltest moet je altijd een half uurtje wachten op de uitslag. Als je twee keer bij de GGD bent geweest, weet je ongeveer wat de normale gang van zaken is. Ik ben me überhaupt altijd heel erg bewust van wat er in m’n omgeving gebeurt; wat mensen doen en hoe ze iets aanpakken. Dan valt het heel erg snel op als die routine doorbroken wordt. Ik ging er sowieso vanuit dat ik te horen zou krijgen dat ik gonorroe had, en dat ik daar medicijnen voor zou krijgen. Ik herinner me dat ik langer moest wachten dan normaal. Ik zag de verpleegkundige uit haar kamer komen, ze liep nog een keer naar het laboratoriumpje, toen weer terug naar haar kamer, en ik dacht ‘nu zou ze me toch onderhand wel op moeten roepen’. Maar het duurde nog vijf minuten langer, waardoor ik me ging afvragen wat ze allemaal aan het doen was. Het eerste dat in me opkwam was dat ze een ‘slecht nieuws’-gesprek aan het voorbereiden was. Op het moment dat ik eindelijk opgeroepen werd om weer naar haar kamer te komen, dacht ik al dat ik slecht nieuws te horen zou krijgen. Ik was die keer ook in m’n eentje naar de GGD gegaan, dat kan ik sowieso iedereen afraden. Zo’n wachtkamer zit vol met mensen, dus ik heb een ijzeren gezicht opgezet en ben door de wachtkamer naar de kamer van de verpleegkundige gelopen.’
 
‘Toen ik de deur dichtdeed voelde ik direct dat het mis was. De verpleegkundige viel ook meteen met de deur in huis. Nog voordat ik kon gaan zitten zei ze al: ‘zoals je al vermoedde heb je gonorroe, maar…’. Zo ging het ongeveer. Op het moment dat je zoiets te horen krijgt kun je alleen maar denken dat je dit met geen mogelijkheid kunt bevatten. Het gaat al meteen een eigen leven leiden, het is gelijk alsof de hele wereld stilstaat. Het was het moment waarop mijn hele leven ineen stortte. Ik had nog nooit zó’n intens slecht nieuws gekregen. Toen mijn moeder opgenomen moest worden was het minder erg, toen mijn opa en oma doodgingen was het minder erg – al die
dingen vallen in het niet bij dat moment.’
 
‘‘Wat denk je nu? Wat gaat er in je om?’ vroeg ze aan me. Maar ik was alleen maar stil. Ze vroeg of ik enig idee had hoe ik hiv opgelopen zou kunnen hebben, maar dat wist ik niet. Ze legde uit dat mijn bloed nogmaals op hiv getest zou worden, waarvan ik de uitslag pas een week later zou krijgen. In mijn vriendenkring heb ik wel eens meegemaakt dat iemand een zogenaamde ‘false positive’ kreeg; dat je volgens de sneltest hiv hebt, maar dat uit het grondiger onderzoek blijkt dat het toch geen hiv is. Daar vestig je in eerste instantie je hoop op, maar ik realiseerde me al snel dat dat een strohalm is waar je je niet teveel aan moet vastklampen. Zo legde de verpleegkundige het ook aan me uit: ‘de kans bestaat, maar het is onwaarschijnlijk’.
 
Ik wilde zo snel mogelijk de tranen van mijn gezicht vegen, enigszins een vrolijke blik op mijn gezicht toveren, die kamer uit, door die wachtkamer heen en naar huis gaan. Stel je voor dat ik in de wachtkamer iemand tegen zou komen die me van gezicht kent, en aan me kan zien dat ik net kutnieuws heb gehad? Ik ging me erop focussen dat ik door die wachtkamer kon lopen zonder dat iemand zou zien dat er iets aan de hand was.’

Stappenplan
‘Ik belde direct - al fietsend - mijn moeder. Ze had meteen door dat er iets mis was; ik was half jankend naar huis aan het fietsen. Ik heb m’n moeder nog nooit zo gestrest aan de lijn gehad. ‘Ga eerst maar even stilstaan!’ zei ze. ‘Nee, dat kan niet, dan verstaan mensen misschien wat ik zeg,’ antwoordde ik. Ik heb het gelijk verteld, en ze kwam meteen naar Amsterdam.

Volgende week het tweede en laatste deel van Wouter's verhaal.

* om privacyredenen is deze naam gefingeerd
Logged
hihiff
Guest
« Reply #1 on: 17-02-2010, 07:38:19 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

dit artikel heb je van gay.nl  evil
Logged
battyboyy
Guest
« Reply #2 on: 17-02-2010, 16:26:28 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

dit artikel heb je van gay.nl  evil

halloo homo's hebben dat soort ziekte toch
selassi i
bless
Logged
@Re: Hiv op je 22ste
Guest
« Reply #3 on: 17-02-2010, 20:59:54 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

dit artikel heb je van gay.nl  evil

Ja day klopt heb je lering uit het verhaal getrokken door altijd met condoom te neuken en het maakt niet uit als je een man of een vrouw neukt
Logged
GGD
Guest
« Reply #4 on: 24-02-2010, 20:36:27 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

Wouter* bezoekt geen sauna’s, heeft geen seks in parken of op seksfeesten en is geen ‘barebacker’. Toch kreeg hij op 22-jarige leeftijd te horen dat hij seropositief is.

Wouter: ‘Hiv was altijd een bron van zorg voor me. Ik vond het belangrijk om te voorkomen dat ik seropositief zou worden. In mijn directe omgeving waren er geen mensen met hiv, maar ik kende uit het uitgaansleven wel een seropositieve jongen die iets ouder was dan ik. Ik voelde me nooit echt helemaal op mijn gemak bij hem. Ik kom oorspronkelijk niet uit Amsterdam, en toen ik uit de kast kwam heeft mijn tante me streng toegesproken. Ze drukte me op het hart dat ik altijd veilig moest vrijen, en erg op moest passen voor soa’s. Ze legde me uit wat het hiv-virus was, wat t-cellen deden, al dat soort dingen. Toen ik naar Amsterdam verhuisde, is die informatie wel een beetje naar m’n achterhoofd verdwenen.
 
Ik ben wel altijd paranoïde gebleven op het gebied van seks. Ik heb me via internet flink ingelezen over welke handelingen ‘veilig’ en ‘onveilig’ waren. Die voorlichting kregen we niet echt op school, en zéker niet over homoseks. Ik had altijd veilige seks. Althans, 100% veilige seks bestaat natuurlijk niet, maar ik had bijvoorbeeld alleen anale seks met condoom. Pijpen deed ik wel zonder condoom, maar ik liet nooit iemand in mijn mond klaarkomen. Ik rim niet. Het is ook weer niet zo dat ik alleen seks had binnen relaties, ik had wel gewoon one night stands. Bij ieder seksueel contact heb ik dezelfde spelregels gehanteerd; zo veilig mogelijke seks. Dat is twee keer niet goed gegaan, waarvan één keer binnen een relatie. Beide keren waren overigens lang voordat ik seropositief bleek te zijn.
 
Ik liet mezelf regelmatig testen bij de GGD. Dat is ook redelijk normaal in mijn vriendenkring. Er zijn onderzoeken waarin wordt gezegd dat één op de vijf homo’s in het Amsterdamse uitgaansleven seropositief zou zijn. Die informatie doet wel iets met je. Steeds als ik me liet testen was ik weer doodsbang dat ik te horen zou krijgen dat ik seropositief was, terwijl ik cognitief gezien wist dat die kans irreëel was. Er worden van die standaard vragen gesteld; heb je seks voor geld, heb je seks met mannen, heb je onveilige seks. Op basis van mijn antwoorden kreeg ik van de verpleegkundigen keer op keer te horen dat ik in principe nergens bang voor hoefde te zijn. Dus ik werd gerustgesteld en had steeds een negatieve uitslag, en dan was ik iedere keer weer opgelucht dat er niets aan de hand was.’
 
Slecht nieuws
‘Eind 2007 had ik een one night stand gehad, en een week later had ik ergens last van. Op basis van de symptomen kon ik zelf vrij makkelijk de diagnose stellen dat het gonorroe moest zijn. Dus besloot ik om naar de GGD te gaan voor medicijnen, en om mezelf meteen te laten testen. Verder ben ik die keer eigenlijk met een vrij gerust hart naar de GGD gegaan. Ik heb toch een volledige test laten doen, dus ook een sneltest voor hiv. Bij zo’n hiv sneltest moet je altijd een half uurtje wachten op de uitslag. Als je twee keer bij de GGD bent geweest, weet je ongeveer wat de normale gang van zaken is. Ik ben me überhaupt altijd heel erg bewust van wat er in m’n omgeving gebeurt; wat mensen doen en hoe ze iets aanpakken. Dan valt het heel erg snel op als die routine doorbroken wordt. Ik ging er sowieso vanuit dat ik te horen zou krijgen dat ik gonorroe had, en dat ik daar medicijnen voor zou krijgen. Ik herinner me dat ik langer moest wachten dan normaal. Ik zag de verpleegkundige uit haar kamer komen, ze liep nog een keer naar het laboratoriumpje, toen weer terug naar haar kamer, en ik dacht ‘nu zou ze me toch onderhand wel op moeten roepen’. Maar het duurde nog vijf minuten langer, waardoor ik me ging afvragen wat ze allemaal aan het doen was. Het eerste dat in me opkwam was dat ze een ‘slecht nieuws’-gesprek aan het voorbereiden was. Op het moment dat ik eindelijk opgeroepen werd om weer naar haar kamer te komen, dacht ik al dat ik slecht nieuws te horen zou krijgen. Ik was die keer ook in m’n eentje naar de GGD gegaan, dat kan ik sowieso iedereen afraden. Zo’n wachtkamer zit vol met mensen, dus ik heb een ijzeren gezicht opgezet en ben door de wachtkamer naar de kamer van de verpleegkundige gelopen.’
 
‘Toen ik de deur dichtdeed voelde ik direct dat het mis was. De verpleegkundige viel ook meteen met de deur in huis. Nog voordat ik kon gaan zitten zei ze al: ‘zoals je al vermoedde heb je gonorroe, maar…’. Zo ging het ongeveer. Op het moment dat je zoiets te horen krijgt kun je alleen maar denken dat je dit met geen mogelijkheid kunt bevatten. Het gaat al meteen een eigen leven leiden, het is gelijk alsof de hele wereld stilstaat. Het was het moment waarop mijn hele leven ineen stortte. Ik had nog nooit zó’n intens slecht nieuws gekregen. Toen mijn moeder opgenomen moest worden was het minder erg, toen mijn opa en oma doodgingen was het minder erg – al die
dingen vallen in het niet bij dat moment.’
 
‘‘Wat denk je nu? Wat gaat er in je om?’ vroeg ze aan me. Maar ik was alleen maar stil. Ze vroeg of ik enig idee had hoe ik hiv opgelopen zou kunnen hebben, maar dat wist ik niet. Ze legde uit dat mijn bloed nogmaals op hiv getest zou worden, waarvan ik de uitslag pas een week later zou krijgen. In mijn vriendenkring heb ik wel eens meegemaakt dat iemand een zogenaamde ‘false positive’ kreeg; dat je volgens de sneltest hiv hebt, maar dat uit het grondiger onderzoek blijkt dat het toch geen hiv is. Daar vestig je in eerste instantie je hoop op, maar ik realiseerde me al snel dat dat een strohalm is waar je je niet teveel aan moet vastklampen. Zo legde de verpleegkundige het ook aan me uit: ‘de kans bestaat, maar het is onwaarschijnlijk’.
 
Ik wilde zo snel mogelijk de tranen van mijn gezicht vegen, enigszins een vrolijke blik op mijn gezicht toveren, die kamer uit, door die wachtkamer heen en naar huis gaan. Stel je voor dat ik in de wachtkamer iemand tegen zou komen die me van gezicht kent, en aan me kan zien dat ik net kutnieuws heb gehad? Ik ging me erop focussen dat ik door die wachtkamer kon lopen zonder dat iemand zou zien dat er iets aan de hand was.’

Stappenplan
‘Ik belde direct - al fietsend - mijn moeder. Ze had meteen door dat er iets mis was; ik was half jankend naar huis aan het fietsen. Ik heb m’n moeder nog nooit zo gestrest aan de lijn gehad. ‘Ga eerst maar even stilstaan!’ zei ze. ‘Nee, dat kan niet, dan verstaan mensen misschien wat ik zeg,’ antwoordde ik. Ik heb het gelijk verteld, en ze kwam meteen naar Amsterdam.

Volgende week het tweede en laatste deel van Wouter's verhaal.

* om privacyredenen is deze naam gefingeerd


http://www.gay.nl/article/17217//Hiv_op_je_22ste_Deel_2


Hiv op je 22ste (Deel 2)

23-02-2010
print
Hiv op je 22ste (Deel 2)

Hiv op je 22ste (Deel 2)
23-02-2010 | gezondheid

Wouter* bezoekt geen sauna’s, heeft geen seks in parken of op seksfeesten en is geen ‘barebacker’. Toch kreeg hij op 22-jarige leeftijd te horen dat hij seropositief is.

Wouter: 'In de drie kwartier die mijn moeder ervoor nodig had om naar Amsterdam te komen - het is eigenlijk een uur rijden - en ik alleen thuis op haar zat te wachten, heb ik nog overwogen of het niet makkelijker zou zijn om mezelf gewoon van kant te maken. Dan was het meteen voorbij. Ik was behoorlijk klaar met alles. Toen m’n moeder arriveerde zijn we een stuk gaan lopen en heeft ze een soort stappenplan gemaakt, hoe ik die week door zou gaan komen. Mijn moeder ging meteen van het negatieve uit; ‘laten we er maar vanuit gaan dat je seropositief bent, dan kan het alleen nog maar meevallen’. Ze stelde me allemaal vragen: wat betekent het voor je toekomst, voor je opleiding, voor jou, je persoonlijke relaties? Als je dat uiteen zet, valt het eigenlijk allemaal wel mee, pragmatisch gezien. Ze heeft dat allemaal op een rustige manier met me doorgenomen, waardoor het in mijn hoofd wat rust creëerde.’

‘Na het gesprek met mijn moeder heb ik het mijn vier beste vrienden verteld. Eigenlijk op een heel ongepaste manier, via sms. ‘Ik heb een positieve sneltest‘ met zo’n omgekeerde smiley erbij. Toen ik het mijn vrienden vertelde voelde ik eigenlijk geen schaamte. M’n vrienden kennen mij – ik vertrouwde erop dat ze me niet ineens zouden gaan haten. Ik dacht helemaal niet ‘ik hoop dat ze niet denken dat ik me in één of ander park helemaal heb laten uitwonen’. Daar dacht ik helemaal niet over na. Daar denk je pas over na als je het aan familie vertelt, of aan kennissen. Dan maak je je pas zorgen over wat dit nieuws met hun beeld van mij zou doen. De meest nuchtere reacties komen overigens van mijn heterovrienden. Maar misschien komt dat ook wel doordat het voor hun nét iets meer de ‘ver van mijn bed show’ is dan voor mijn homovrienden.

Een week later kreeg ik te horen dat ook de uitslag van de grondige bloedtest slecht was, ik kreeg een ‘leuk’ boekje over leven met hiv en er werd me gevraagd of ik me wilde laten behandelen door de GGD of door een ziekenhuis. Ik kon gelukkig dezelfde dag nog terecht in het ziekenhuis. De GGD spoorde me ook aan om contact op te nemen met de mensen met wie ik recentelijk seks had gehad. Het is me nog steeds onduidelijk van wie ik het precies heb gekregen. Ik heb wel met iedereen contact opgenomen. Ze reageerden natuurlijk niet zo leuk. De één heeft zich wel meteen laten testen, de ander wilde zich absoluut niet laten testen. Ik heb eigenlijk zonder uitzondering met geen van hen meer contact, dus ik weet niet hoe het met ze verlopen is. Qua verwerking zou het denk ik wel makkelijker zijn geweest als ik zou weten waardoor en op welk moment ik seropositief ben geworden. Nu weet ik gewoon niet hoe het precies is gebeurd.’

Bron van besmetting
‘In de eerste maanden ben ik heel veel informatie gaan inwinnen over wat hiv nu precies is, hoe het ziektebeeld zou kunnen zijn, wat er zou kunnen gebeuren als hiv zich ontwikkelt tot aids. Ik ben meerdere keren tijdens het lezen van die informatie fysiek onwel geworden. Ongeveer een half jaar na mijn diagnose kon ik nog steeds niet goed mijn draai vinden. De meeste mensen kennen me als een vrolijk, zorgeloos mens, maar zo kon ik ineens niet meer zijn. Dan kreeg ik via via te horen ‘waarom is hij zo kortaf? Waarom loopt hij ineens weg? Waarom snauwt hij me af?’. Uiteindelijk heeft mijn huisarts me aangeraden om een psycholoog te bezoeken.

Natuurlijk heeft het ook gevolgen gehad voor mijn liefdesleven. Toen dit allemaal speelde was ik met een jongen aan het daten, en die heb ik het meteen verteld. Het enige dat hij zei was dat hij het verschrikkelijk kut voor me vond, maar voor hem veranderde er toen niets. Dat was misschien wel de mooiste reactie. Maar voor mij was wel ineens alles anders. Daarom heeft het ook niet lang meer geduurd met die jongen. Ik kon de eerste maanden überhaupt niet meer aan zoenen of seks denken zonder te braken. Inmiddels heb ik wel weer af en toe seks, maar ik heb nog geen behoefte gehad aan iets serieuzers. Qua seks ben ik nu héél erg bezig met het idee dat ik een bron van besmetting ben. Dus ik ben heel voorzichtig in hoe ik dingen doe. Ik zorg bijvoorbeeld dat ik mijn sperma altijd bij me houd: ik kom niet eens meer op iemand anders z’n huid klaar.’

Bang
‘Als ik nu om me heen kijk, hoe er door mijn leeftijdsgenoten wordt omgegaan met de dreiging van hiv, denk ik dat er een soort naïviteit is. Ga maar eens op een willekeurige chatsite voor homo’s kijken: er zijn genoeg jongens, gewoon van mijn leeftijd, die bewust onveilige seks willen. Die totaal niet bezig lijken te zijn met de gevolgen. Ik weet dat mijn eigen vrienden het ook niet altijd even nauw nemen met veilige seks. Sinds ik seropositief ben krijg ik dat natuurlijk allemaal niet meer van ze te horen, maar ik ben niet zo naïef om te denken dat wat mij is overkomen hun seksleven heeft veranderd.

Mijn eigen leven is natuurlijk wél veranderd. M’n vriendschappen zijn er hechter door geworden. Ik probeer wat regelmatiger te leven, hoewel dat niet altijd lukt. Ik voel me wat vermoeider, maar dat kan ook psychisch zijn. Ik moet elke vier maanden 8 of 9 buisjes bloed laten prikken bij de internist, soms 12 of 14 buisjes. Je maakt je zorgen om alle kleine kwaaltjes die je hebt. Want wat als je CD4-waarden zijn gedaald, en je hebt ineens aids? Het is psychisch een heel zware last om te dragen. Mijn behandelend arts heeft er nog niet voor gekozen om me medicatie te laten slikken, mijn ‘viral load’ is daar nog niet hoog genoeg voor. Mensen die seropositief zijn krijgen eerder ouderdomskwalen. Misschien lig ik op mijn vijftigste wel half dement in een verzorgingstehuis. Hopelijk zijn er dan nog vrienden die me komen opzoeken. Over dat soort dingen ga je je zorgen maken. Ik maak me ook ineens zorgen over hoe ik er over vijf jaar aan toe ben, daar had ik vroeger nooit zo’n last van. En natuurlijk ben ik bang dat ik uiteindelijk ‘de ware’ tegenkom. Ik heb nog geen flauw idee hoe ik iemand waarin ik op die manier geïnteresseerd ben, zou moeten vertellen dat ik hiv heb. Daar probeer ik ook met m’n psycholoog aan te werken. Het is veruit m’n grootste angst dat ik de liefde van mijn leven tegenkom en dat hij me afwijst omdat ik hiv heb. Tegen de mensen waar ik seks mee heb, heb ik het in het algemeen wel verteld.’

Geroddel
‘Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om het alleen aan goede vrienden en wat familieleden te vertellen. Tijdens dat eerste gesprek bij de GGD zei de verpleegkundige: ‘je moet het zo zien: je hebt één kans om het aan een persoon te vertellen, en dat kun je vervolgens nooit meer terugdraaien’. Dat advies heb ik absoluut ter harte genomen. Toen ik zelf nog niet wist dat ik seropositief was, keek ik met bepaalde ogen naar mensen waarvan ik wist dat ze seropositief zijn, en ik wil in geen geval dat mensen mij ook op die manier zouden gaan zien. En dat is nog steeds zo. Soms heb ik tijdens het uitgaan gesprekken met mensen, en wordt er over bepaalde mensen geroddeld dat ze seropositief zouden zijn, en dat je daar dus voor op moet passen. Dan weet ik al genoeg. Precies daarom vertel ik het niet aan iedereen. Ik heb geen enkele behoefte om een soort ambassadeur voor hiv te worden. Petje af voor de mensen die dat overigens wel doen, die er wel open over zijn en op hun eigen manier bijdragen aan een bredere sociale acceptatie van mensen met hiv. Die mensen verdienen echt alle lof. Homo-activisme verdient sowieso veel respect. Ik ben een kind van deze generatie, en mijn generatie is gewoon niet activistisch ingesteld. Laten we eerlijk zijn; deze generatie is eigenlijk helemaal niet zo tolerant. Als je kijkt hoe homo-activisme wordt gezien door studenten, dan wordt het eigenlijk alleen maar belachelijk gemaakt. Dat zal voor hiv-activisme zéker niet anders zijn. Ik zou m’n hoofd wel boven het maaiveld uit kunnen steken, maar daar ben ik gewoon niet moedig genoeg voor.’
 
Uit de reacties op het eerste artikel zijn een aantal vragen naar voren gekomen. Die zouden we graag verduidelijken.

Allereerst: sommigen suggereerden dat dit misschien een verkapte advertorial zou zijn, of geschreven als vervolgverhaal. Niets is minder waar. Wouter is een hele echte jongen, en we hebben zijn verhaal alleen in twee stukken gesplitst omdat we het te lang vonden voor één artikel.

In deel 1 vertelt Wouter over de twee keer dat hij onveilige seks had, waarvan één keer binnen een relatie. Die keren zijn echter jaren geleden voorgevallen, en Wouter heeft zich naderhand meerdere keren laten testen zonder dat die tests iets uitwezen. Met andere woorden: de twee keer onveilige seks die hij noemt in het artikel, zijn niet de oorzaak van het feit dat Wouter seropositief is geworden.

Veel lezers hadden die conclusie zelf ook al getrokken, maar vragen zich toch af: hoe is Wouter dan besmet geraakt? Dat is Wouter en de GGD ook niet helemaal duidelijk. Naar eigen zeggen heeft Wouter in de maanden voor zijn 'positieve' test, geen 'onveilige' seks gehad (alleen anale seks met condoom, pijpen wel zonder condoom, maar zonder in de mond klaarkomen).

Heeft hij het dan opgelopen toen hij ook gonorroe kreeg? Het antwoord is nee; de incubatietijd van gonorroe is een paar dagen, anti-stoffen voor hiv zijn pas ongeveer drie maanden na besmetting in je bloed te zien. Wouter is vrij snel na het ontdekken van gonorroe naar de GGD gegaan. Bovendien; je kunt ook al gonorroe krijgen als je gepijpt wordt door iemand die een druiper in z'n keel heeft. Gelukkig is het goed te behandelen.

Wouter heeft alle reacties onder het artikel gelezen en wil degene die hem sterkte wensen bedanken.
Logged
''''''
Guest
« Reply #5 on: 15-03-2010, 06:53:45 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

ÉRGGGGGGGGGG
Logged
Pages: [1]   Go Up
  Reply  |  Print  
 
Jump to: