
Ouders geven hun irrationele angst voor slangen en spinnen door aan hun kinderen, dat blijkt uit een recent Brits onderzoek.
Hoewel de meesten nog nooit een echte slang zagen, is de helft van de Britten bang van deze dieren, waardoor dit een van de vaakst voorkomende irrationele fobieƫn is. Wetenschappers toonden baby's van zeven maanden een foto van een slang, vervolgens een van een ongevaarlijk dier. Ondertussen kregen ze een angstige of blije stem te horen.
Daaruit blijkt dat de kinderen langer naar de video van de slang wanneer ze een angstige stem hoorden, maar vertoonden geen tekenen van angst.
Angst voor allesEerder onderzoek toonde aan dat mensen angst voor bijna alles kunnen aangeleerd krijgen. Zweedse onderzoekers toonden vrijwilligers beelden van slangen, spinnen, bloemen en paddenstoelen terwijl ze een kleine elektrische schok kregen. De vrijwilligers leerden zo, niet verrassend, alle beelden met angst te associƫren. Dit effect duurde wel veel langer bij slangen en spinnen.
Aangeboren?Veel wetenschappers zeggen dat fobieƫn miljoenen jaren geleden ontstonden bij onze voorouders in Afrika, samen met de angst voor dodelijke reptielen. Maar de laatste studie stelt de theorie dat dit aangeboren is in vraag.
Bij een tweede experiment kregen driejarigen negen foto's te zien, ze moesten er een bepaald object uitkiezen. Ze identificeerden sneller slangen dan bloemen, ook sneller dan andere dieren die op slangen leken als rupsen en kikkers. De kinderen die angstig waren van deze dieren waren hier even snel in dan de anderen. "Hieruit leiden de onderzoekers af dat baby's slangen snel opsporen en snel leren hier schrik van te hebben."
Een Amerikaans onderzoek toonde aan dat apen die in een laboratorium opgroeiden niet bang zijn slangen, maar ze leren een vrees hiervoor sneller aan dan een van konijnen of bloemen. (ep)