Apple weigert een app over slachtoffers van drone-aanvallen in zijn winkel.En dit is nu precies waarom ik geen iPhone of iPad wil. Ja het ziet er gelikt uit, het werkt, geen troep etc. Maar uiteindelijk bepaalt Apple, zonder al teveel omhaal, of een app wel of niet aan het aanbod wordt toegevoegd. En soms is dat ronduit kwalijk.
Zoals in het geval van de Drones+-app van de New Yorkse student Josh Begley. Op basis van data over drone-inslagen en – slachtoffers heeft hij een app gemaakt die je een waarschuwing geeft waar en hoeveel doden er bij zo’n aanval zijn gevallen. Begley wilde naar eigen zeggen mensen bewust maken van die min of meer verborgen oorlog die de VS nu op een veilig afstandje in Pakistan voeren. Hij zette zijn idee niet eens in zulke scherpe bewoordingen uiteen. Hij was gewoon benieuwd of gebruikers ook wel eens een ander signaaltje wilde dan een update bij Words With Friends, de Amerikaanse versie van Wordfeud.
Apple zag problemen.
Apple stoorde zich aan de inhoud. ‘Excessively objectionable or crude content will be rejected’, schreef hij aan Begley. ‘We found that your app contains content that many audiences would find objectionable.’
Pardon?
De VS voeren een heimelijke oorlog. Een Engels onderzoekscollectief houdt nauwgezet bij hoeveel drones worden afgevuurd en hoeveel slachtoffers daarbij vallen. Dat lijkt mij vrije nieuwsgaring, sterker nog, het lijkt ij erg belangrijk werk. En het lijkt mij dat het Begley vrij staat om die informatie via een app aan te kunnen bieden. Voor de duidelijkheid: er worden geen afgerukte ledematen getoond, alleen een simpel kaartje met waar de drone is ingeslagen en hoeveel slachtoffers daarbij zijn gevallen.
Nu steeds meer informatie via de kanalen van technologie-giganten als Apple, Facebook en Google lopen, zullen we ook steeds vaker te maken krijgen met het filter dat deze bedrijven op hun gadgets zetten. Dat is een zeer ongewenste ontwikkeling. Uiteindelijk moet iedereen kennis kunnen nemen van de boze buitenwereld en niet blijven hangen in de hygiënische tech-bubble die een aantal Amerikaanse bedrijven voor ons bouwen.
Het hele verhaal vind je bij
The Bureau for Investigative Journalism.