Pages: [1]   Go Down
  Reply  |  Print  
Author Topic: Niet alle ellende komt voort uit de slavernij  (Read 188 times)
de Volkskrant
Guest
« on: 04-07-2013, 02:05:14 - GMT-1 »
Reply with quoteQuote

Niet alle ellende komt voort uit de slavernij  -  PIET EMMER  -  04/07/13

De meeste vrijgelaten slaven bleven hetzelfde werk doen. Hierdoor bleven hun inkomsten redelijk op peil.

Het lijkt wel of de slavernij ieder jaar erger wordt. Dat geldt zeker voor dit jaar, waarin het 150 jaar geleden is dat Nederland de slavernij in zijn koloniën afschafte. Nu het stof rond de herdenkingsfestiviteiten is gaan liggen, is het tijd de balans op te maken en daar word je niet vrolijk van.

In de aanloop naar 1 juli stonden de kranten vol met verhalen waarin de verre nazaten van de Caribische slaven in Nederland hun beklag deden over wat zij als de nawerking van het slavernijverleden zagen. Sommigen leken daar nog dag en nacht mee bezig te zijn. Wat er maar met een mens fout kan gaan, was het gevolg van dat slavernijverleden: racisme, discriminatie, tienerzwangerschappen, gebroken gezinnen, echtelijke ontrouw, criminaliteit, slechte schoolprestaties, hoge bloeddruk, onheuse behandeling in het openbaar vervoer en op sportvelden en nog veel meer.

Los daarvan wezen tal van commentaren op het feit dat er nog allerlei vormen van onvrijheid zijn, die voor het gemak van het stempel 'moderne slavernij' werden voorzien. Met de klassieke koloniale slavernij heeft dat niets te maken, want de moderne 'slaven' zijn de Poolse aspergestekers in Nederland, die niet het minimumloon verdienen en kapitalen moeten neertellen voor een slaapplaats, de slechtbetaalde, illegale schoonmaaksters en de Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs, die voor een paar euro per dag door heel Europa rijden en daarmee de bonafide Nederlandse chauffeurs van hun broodwinning zouden beroven.

Ook het woord 'belastingslavernij' heeft nog een gouden toekomst voor zich, nu de Nederlandse regering overweegt om het belastingtarief voor hoogste inkomens op te trekken. De kroon spant echter een commentaar in de NRC van 1 juli, waarin de Atlantische slavenhandel wordt vergeleken met de internationale migratie van prostituees. Het jaarlijkse aantal hoeren dat ons land meestal via criminele netwerken binnenkomt, zou in de 17de eeuw maar liefst 41 slavenschepen hebben gevuld.

Dat is een onzinnige vergelijking. De reis van Oost-Europa naar Nederland bedraagt maximaal twee vlieguren, terwijl de slaven gemiddeld wel vier tot acht weken onder mensonterende omstandigheden in het scheepsruim verbleven en terugkeer voor hen onmogelijk was. En hoewel ik de onvrijheid van een deel van de prostituees niet wil onderschatten, betekende de slavernij in Noord- en Zuid-Amerika volstrekt iets anders. Het moet niet gekker worden.

Anders dan sommige commentatoren vandaag lijken de slaven de voor- en nadelen van de slavernij heel wat realistischer te hebben beoordeeld. Ze wilden natuurlijk worden bevrijd van de beperkingen van hun onvrije status, maar niet tot elke prijs.

Zo zijn er maar weinig slaven uit Suriname naar het naburige Brits- of Frans-Guyana gevlucht, hoewel de slavernij daar eerder was afgeschaft dan in Suriname. Moeilijk was dat niet, want de grenzen werden nauwelijks bewaakt en de ontsnapte slaven werden niet teruggestuurd. Toch hebben van de ruim 30.000 Surinaamse slaven niet meer dan honderd tot tweehonderd zichzelf op deze manier bevrijd. Een klein aantal keerde zelfs teleurgesteld naar Suriname terug, want ze hadden ontdekt dat de vrijgelaten slaven in de buurkolonies gewoon moesten werken om in hun levensonderhoud te voorzien.

Ook een groep Franse slaven die van Guadeloupe naar het Engelse Dominica was gevlucht, keerde naar de slavernij thuis terug, want 'we werken liever voor een baas, die, als hij ons zou kwijtraken, ook zijn fortuin zou verliezen'.

Dat realisme van de slaven verklaart waarom er na de vrijverklaring en de daaropvolgende feestelijkheden aanvankelijk zo weinig veranderde in de voormalige slavenkolonies. De meeste vrijgelaten slaven in de Nederlandse Cariben bleven doen wat ze als slaaf ook al hadden gedaan: werken voor hun levensonderhoud, zij het dat de ex-slaven voortaan geen loon in natura meer ontvingen maar geld. Een minderheid van de vrijgelatenen, de voormalige veldslaven in Suriname, was trouwens wettelijk verplicht om nog tien jaar lang tegen een vastgesteld loon veldwerk te verrichten. Wel konden ze ieder jaar van werkgever veranderen.

De huis- en ambachtslaven in Suriname en ook alle slaven op de Nederlandse Antillen waren meteen vrij om te gaan en te staan waar ze wilden. Toch bleven ook zij meestal doen wat ze als slaaf ook al hadden gedaan.

Het bedachtzame optreden van de ex-slaven tijdens de overgang van onvrije naar vrije arbeid heeft ervoor gezorgd dat hun inkomens niet abrupt daalden. Alleen in Haïti was dat anders. Daar vaagde de plotselinge dekolonisatie in combinatie met de abrupte overgang naar vrije arbeid in 1804 de exportinkomsten in één jaar geheel weg. Alle plantages waren verwoest, de buitenlandse eigenaren en investeerders waren vermoord of gevlucht en de openbare orde was veranderd in de nachtmerrie van jarenlange burgeroorlogen tussen de leiders van de slavenopstand onderling, terwijl de nieuwe, zwarte elite vooral bedacht bleek op eigenbelang.

Al deze factoren zorgden ervoor dat nergens de vrijheid zo duur werd betaald als op Haïti. Achteraf gezien hebben de vrijgelatenen, die voor een geleidelijke overgang naar vrije arbeid kozen, in materieel opzicht gelijk gekregen. Zij bleven profiteren van een inkomen dat gemiddeld vele malen hoger was en is dan dat van hen wier voorouders slaaf in Afrika waren gebleven.

PIET EMMER was hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie, Universiteit Leiden.
Piet Emmer is samen met Jos Gommans auteur van Rijk aan de rand van de wereld. De geschiedenis van Nederland overzee (1600-1800), Bert Bakker, 2012.
Logged
Pages: [1]   Go Up
  Reply  |  Print  
 
Jump to: