Het is zomer en tijd voor kampen, logeerpartijen of vakantie. Voor de meesten, kinderen én volwassenen, iets om naar uit te kijken. Maar dat geldt niet voor iedereen. De scheiding van huis en haard kan ook ziek maken. Ziek van heimwee. .
Er bestaan twee soorten heimwee: kattenheimwee (gehecht aan de plek) en hondenheimwee (gehechtheid aan de persoon). FOTO MINOLTA DSCNa een onrustige nacht staat Elise (11 jaar) opgewonden en lachend bij de bus. Elise heeft er duidelijk zin in om met de hele klas op kamp naar Limburg te gaan. Enthousiast stapt ze in de bus en als hij wegrijdt, zwaait ze tot ze haar vader en moeder niet meer kan zien. ’sAvonds om tien uur worden de ouders al opgebeld: het gaat niet, Elise wil naar huis en wel nu, ze heeft last van heimwee.
Zo vergaat het jaarlijks vele kinderen. Op kamp of met vakantie gaan is niet voor iedereen leuk. Van tevoren zeker, achteraf ook. Maar ter plekke steekt toch heimwee de kop op. Saskia Zwerus, adjunct-directeur van basisschool De Terp in Nieuwerkerk aan den IJssel, werkt al achttien jaar in het onderwijs en maakt vaker mee dat kinderen op kamp eerder naar huis gaan omdat ze de thuissituatie missen. ,,Als een kind echt heimwee heeft, kan je maar één ding doen en dat is de ouders het kind laten ophalen. Soms helpt het om een kind te laten bellen naar huis, maar vaak ook niet. Dan horen ze de stem van een ouder en willen ze juist naar huis.’’
Maar wat is heimwee nou eigenlijk? Het woord heimwee wordt voor het eerst uitgebreid beschreven door de arts Johann Höfer in 1678. Heimwee was oorspronkelijk de naam van een ziekte, die ook volwassenen kon treffen. Het werd ook wel de Zwitserse ziekte genoemd, omdat deze voor het eerst werd geconstateerd bij Zwitserse soldaten die ziek waren van verlangen naar huis.
Heimwee volgens de definitie van Van Dale: het verlangen naar de geboortegrond, naar huis bij verwijderd zijn daarvan, dat zo sterk kan zijn dat het als een ziekte is. ,,Op zich geen gekke definitie,’’ vindt prof.dr. Ad Vingerhoets van de Universiteit Tilburg, ,,maar het is nodig om het nader te preciseren.’’
Persoonlijke ervaring met zijn zoon bracht Vingerhoets er toe om onderzoek te doen naar heimwee. ,,Vaak hebben kinderen met heimwee last van scheidingsangst; een reactie op het gescheiden zijn van de ouders. Dit noem je hondenheimwee (gehecht aan de persoon). Maar heimwee treedt ook op als kinderen met de ouders van huis zijn. Ze missen dan de thuissituatie. Dit noem je kattenheimwee (gehecht aan de plek).’’
Heimwee is niet alleen voorbehouden aan kinderen, ook volwassenen kunnen er last van hebben.
,, Er zijn volwassenen die carrièrekansen missen omdat ze niet lang van huis kunnen zijn. Simpelweg omdat ze te veel naar huis verlangen,’’ zegt Vingerhoets. ,,Iemand vertelde mij ooit dat hij nooit op vakantie ging omdat hij dan de kerktoren van zijn geliefde dorp niet kon zien als hij opstond.’’ Deze man kiest er voor om thuis te blijven maar kinderen moeten vaak ergens heen. Zij hebben geen keus. Dat zie je bijvoorbeeld als ze op schoolkamp gaan.
,,Van tevoren is moeilijk te voorspellen wie er nu last gaan krijgen van heimwee,’’ zegt Saskia Zwerus. ,,We hebben wel eens een leerling gehad die vantevoren het hele weekend buikpijn had gehad omdat ze die maandag op kamp ging. Bij het afscheid huilde ze, in de bus was het over en de rest van de week was het een zonnetje. Je kan er vaak geen peil op trekken. Maar daar tegenover staat dat we ook wel eens hebben meegemaakt dat een kind de hele nacht geen oog dicht deed. Dat lag totaal verstijfd in het bed. De volgende morgen is die jongen naar huis gegaan. Het ging gewoon niet. Soms waarschuwen de ouders van tevoren en dan blijkt er juist weinig aan de hand te zijn. Eigenlijk blijkt de beste voorspeller van heimwee eerdere heimwee.’’
Het verlangen naar huis zit in de persoon en vaak blijft iemand er last van houden, ook als hij volwassen is. Heimwee blijft latent aanwezig. Vingerhoets: ,,Er is een geval bekend van een vrouw die al vijftien jaar het ouderlijk huis verlaten had maar toen één van de ouders overleed, kwam ze pas los van thuis.’’
In het psychologische profiel van heimweelijders zijn overeenkomsten te vinden. Zo zijn ze weinig flexibel, leven gestructureerd, hebben behoefte aan controle, zijn minder sociaal vaardig en hebben meer moeite met het leggen van sociale contacten. In de klinische psychologie noemen ze het een aanpassingsstoornis. Het is een probleem los te komen van je oude omgeving of het is moeilijk om te integreren in een nieuwe omgeving. Wat ontstaat is een extreem verlangen naar huis. Je bent als het ware verliefd op je thuissituatie. Dat zie je ook terug bij vluchtelingen en asielzoekers.
,,Hevige heimwee bij deze mensen kan problemen tot gevolg hebben,’’ verwacht Vingerhoets.
,,Zolang ze in Nederland zijn kunnen de gevoelens van heimwee hun aanpassing in sterke mate bemoeilijken. En mochten ze naar hun eigen land terugkeren kunnen ook daar aanpassingsproblemen ontstaan.’’ Het kan de migranten ziek maken en alle levenslust ontnemen. Dat het ziek kan maken, weet Vingerhoets ook uit eigen ervaring: ,,Op vakantie kreeg mijn zoon altijd koorts en voelde zich ziek en als we dan thuis waren, knapte hij direct op,’’ zegt de Tilburgse onderzoeker. ,,Heimwee klinkt misschien onschuldig maar hoeft dat dus niet altijd te zijn. Het kan gepaard gaan met maag- en hartklachten, slaapproblemen, hoofdpijn, vermoeidheid, vermindering van de eetlust, gevoelens van eenzaamheid, onzekerheid en een sombere stemming, tot aan zelfmoordgedachten toe.’’ Er zijn gevallen bekend van meisjes die vroeger van het platteland naar de stad trokken om als dienstmeisje bij de ‘upperclass’ te gaan werken. Soms was het verlangen naar het ouderlijke huis zo groot dat ze ziek werden of pyromane neigingen kregen. ,,Er lag zelfs een dienstmeisje op sterven en eenmaal thuis knapte zij zienderogen op,’’ zegt Vingerhoets. Dit zijn extreme voorbeelden waartoe heimwee kan leiden en zover zal het in de meeste gevallen gelukkig niet komen. Rest nog de vraag of er ook wat aan te doen is. Op basisschool De Terp in Nieuwerkerk aan den IJssel proberen ze de kinderen die op kamp zijn zoveel mogelijk structuur te bieden. ,,Dat helpt,’’ zegt Saskia Zwerus. Zij vindt de bescherming van de groep ook heel belangrijk. ,,Een kind moet zich veilig voelen. Op kamp geven wij elke dag ieder kind een momentje. Ze krijgen dan even apart aandacht. We nemen dan de dag door en knuffelen even. Dit jaar hebben zelfs de achtstejaars hun knuffel meegenomen.
En hoe verging het Elise op kamp in Limburg? Haar ouders haalden haar op en troffen hun dochter als een ineengedoken vogeltje naast de juf aan. Na een uur op de achterbank op weg naar huis, ontdooide ze een beetje. Bijna thuis begon ze weer een beetje te praten. Ze vond het toch wel leuk op het kamp.